Verkiezingskoorts

Toegevoegd op: 27-09-2013

Badend van het zweet werd ze wakker. Haar armen en benen lichtjes trillend. ‘Gaat het Ariane?’, vroeg haar liefhebbende man. Het bleef stil. Met haar ogen wagenwijd open, duidelijk verschrikt. ‘Was het weer een slechte droom?’ probeerde hij opnieuw. Maar het antwoord bleef nog even uit. Minuten duurde het tot ze weer tot rust kwam.

Met het zweet nog op haar voorhoofd begon ze langzaam te vertellen waar ze over gedroomd had. Vage beelden van een Gilse reus. Een grote machtige reuzin. Die Gilse reuzin was niet alleen de grootste in de kabouterraad. Maar sinds kort verscheen ze ook in het openbaar. Een moederfiguur die het beste voor had met de inwoners van haar hut. Die met haar charme en inzet ook het beste voor had met de lieve inwoners van de andere hutten in de omgeving. In de kabouterraad kwam ze met zulke goede voorstellen dat ze in haar eentje de andere kabouters wist te overtuigen. Goed, de reuzin had in haar eentje een omvang van wel vier gemiddelde Gilse kaboutermeisjes. Met haar eigen, toch duidelijke vrouwelijke stemgeluid, had ze het alleen voor het zeggen in het kabouter college. Daar hielp geen kabouter burgemeester of wethouder aan. Die zaten er voor spek en bonen bij. De meeste raadskabouters zaten graag bij deze gezellige reuzin onder haar rokken. Warm en knus. Maar Ariane zat moederziel alleen in het bankje. Alleen Jantje en Marieke om haar heen. In de winter raakten ze met z’n drietjes helemaal ondergesneeuwd. Ze waren bang dat het kabouterbrood snel op zou raken. Vroeger was dat brood vooral voor de grootste kabouterhut. Dat was Ariane van thuis uit zo gewend. Maar sinds die Gilse reuzin bij alle hutten langskwam kreeg iedereen evenveel te eten. Haar maagje knorde. Ze had weer honger. En precies op dat moment werd ze verschrikt wakker.

“Heb je daar nu alweer over gedroomd?’ vroeg manlief. Hij was net als vele mensen in haar omgeving begripvol geweest. Ze hadden haar verhalen keer op keer aangehoord. En om haar gerust te stellen hadden ze haar steeds gelijk gegeven. Haar man wist dat sinds Ariane fractievoorzitter was geworden dat de spanning erg was toegenomen. De hele druk van ‘Want waar je woont in Rijen moet het goed zijn’ lag op haar schouders. Maar dit ging te ver; het ging namelijk ook ten koste van zijn nachtrust. En hij vond het wel meevallen. Zelfs door dit ‘Gils college’ was er best veel gedaan in Rijen, vond hij heel diep van binnen.

Nog de daaropvolgende week werd een afspraak gemaakt bij het slaapcentrum. Maar ze werd doorverwezen naar een psycholoog. Hier werd de diagnose al na twee gesprekken gesteld: volgens dokter Carl Gustav Jung was er sprake van psychosomatische klachten; een sterke allergische reactie met een fikse verkiezingskoorts tot gevolg. Dokter Jung had een strenge raad voor Ariane. Ariane moest in gesprekstherapie gaan. Elke 6 weken in debat met 20 andere patienten. En ze moest beloven dáár haar zegje te doen. Goede voorstellen doen, ondersteunt met duidelijke argumenten. Maar ook luisteren naar de andere patienten, relativeren en je zegeningen tellen. Want, gaf dokter Jung aan, “Het kunstgras bij de buren lijkt altijd groener. Maar in werkelijkheid vallen die verschillen wel mee.” Gerustgesteld ging Ariane naar huis. “Dromen zijn bedrog”.

Wout