Dé lokalo bestaat niet

Toegevoegd op: 30-04-2014
Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen was er veel belangstelling voor de lokale politiek en onvermijdelijk de lokale partijen. Elk zichzelf respecterende kwaliteitskrant had daarbij één of ander onderzoek of opiniepeiling. De lokalen zouden winnen. Hebben de lokalen gewonnen. En hoe zetten de lokale partijen dat om in wethouders. Het hoogtepunt was dat het NOS Journaal de gemeente Gilze en Rijen als hét voorbeeld had uitgekozen van de dominantie van de lokale partijen. 2 lokale partijen de grootste, 13 van de 21 raadszetels en 3 van de 4 wethouders. Het leverde mij 3 seconden van nationale bekendheid op.

Maar wat opvalt is dat in elke reportage of artikel het fenomeen lokale partijen vooral wordt belicht vanuit een landelijke trend. Zo zouden de lokale partijen gewonnen hebben omdat PvdA en VVD afgestraft werden voor het landelijk beleid. En CDA hield zich goed stand omdat het een echte bestuurderspartij is. En lokaal zou het ook goed doen omdat de PVV en SP niet overal meededen. Allemaal deels waar natuurlijk, maar het suggereert dat de lokale partijen de stemmen oprapen die de landelijke partijen laten liggen. En sommige goedgelovigen denken echt dat dit zo is. Zo twitterde Peter von Meijenfeldt ´Dankzij moeilijke verantwoordelijkheid die PvdA nam in economische crisis hijsen vele lokale bestuurders zich nu dus op pluche.´ En dat is absolute onzin natuurlijk. De winst van Gemeentebelang had een andere oorzaak dan die van Kern’75. Het verlies van PvdA afd. Gilze en Rijen kent meerdere oorzaken waarbij de kieslijst en interne conflicten minstens zo’n belangrijke rol speelde.

Dit soort algemene verklaringen gaan ook  voorbij aan de positie die vele lokale politieke partijen al jaren innemen in heel veel gemeenten. En de inspanningen die ze zich getroosten om burgers bij hun woonomgeving en de lokale politiek te betrekken. Om leden te activeren zich in te zetten voor hun partij. Om daarmee in elk dorp herkenbare en goede kandidaten op te leiden. Een gedragen verkiezingsprogramma opmaken. En een originele campagne voeren zonder landelijke hotemetoten en TV aandacht. Zonder een Wouter Bos of Pechtold effect. 

Ik weet wel. Het is moeilijk om in algemene termen te spreken over lokale partijen. Want waar in  publicaties wordt gesproken over ‘lokale partij’ kan men beter spreken over ‘overig’. Want het enige dat ze gemeen hebben is dat ze niet landelijk vertegenwoordigd zijn. Maar zoals prof. Krouwel eens zei: “Lokale politieke partijen zijn de grootste niet-coherente politieke kracht in Nederland.” De groep ‘lokale partij’ is een allegaartje van rijp en groen, links en rechts, voor en tegen, groot en klein, one-issue en breed. Lokale partijen zijn geen nieuw fenomeen. In het zuiden van het land zijn de “lokalo’s” van oudsher al aanwezig, diep geworteld in de gemeente en met jarenlang college verantwoordelijkheid. Brede volkspartijen als Kern´75 of Volkspartij Dongen zijn 40-50 jaar oud maar springlevend. Anderen, als Gemeentebelang, GBAlphen of GBSU Chaam zijn ook belegen maar blijven hangen in het verdedigen van één dorpsbelang. Jongere lokale partijen zijn vaak actief als tegenbeweging en zetten zich af tegen het establishment. Sommige zijn ontstaan in de kielzog van Leefbaar, Trots of een ouderenpartij, maar bleven verweest achter toen de landelijke beweging stopte. Soms doet een partij verbinding van enkele landelijke progressieve of confessionele partijen als lokale lijst mee aan de verkiezingen. En als iemand zich gedurende een raadsperiode afsplitst van een fractie van een landelijke partij, wordt hij plotseling ‘overig’ en daarmee lokaal.
 
Je kan het fenomeen lokale partij niet analyseren of onderzoeken vanuit landelijke gemiddeldes of trends. Want, dé lokalo bestaat niet. En daarmee leent het onderwerp zich niet erg voor een 2 minuut durend item bij het NOS Journaal. Hoewel de beelden van 3 van mijn kiezers op de weekmarkt in Gilze toch leuk zijn.

Wout